Opleidingsplan Applicatieopleiding HKU 2017 / 2018

Hoofdstuk 1 Toelating

 

Status en organisatie

De Applicatieopleiding is een 1-jarige post HBO cursus van het Conservatorium Utrecht, de HKU Faculteit Muziek. De cursus is bedoeld voor musici met een afgeronde vakopleiding.

Na het succesvol afsluiten van de cursus wordt een diploma van de Stichting KunstKeur en een certificaat van de HKU uitgereikt.

De organisatie van de cursus ligt in handen van de Faculteit Muziek van de HKU. Hoofd Klassieke Muziek aan de HKU is Joop van Deuren. Administratieve ondersteuning wordt gegeven door Simone Boos – van Liehout.

 

Toelating

Het toelatingsexamen van 25 minuten bestaat uit:

  1. Het zingen van een zelf gekozen lied of aria
  2. Het dirigeren van het koorwerk The Evening Primrose uit de Flowersongs van Britten en het kunnen zingen van alle partijen
  3. Het spelen van een zelf gekozen pianostuk ofwel Abschied vom Walde van Mendelssohn
  4. Een van te voren opgestelde schriftelijke beschrijving, waarin je in ongeveer 200 woorden omschrijft:

– je motivatie om de Applicatieopleiding te willen volgen

– welke kennis en vaardigheden je wilt ontwikkelen in de opleiding

– welk koor of welke koren je momenteel dirigeert

 

Je ontvangt binnen 10 dagen na afloop van het toelatingsexamen bericht of je bent toegelaten. Eventueel wordt je voorwaardelijk toegelaten, als bepaalde onderdelen niet voldoende waren maar er wel voldoende compensatie op andere vlakken aanwezig is. Er wordt dan een termijn met je afgesproken waarin je je kunt verbeteren op het onderdeel dat onvoldoende is. Na afloop van deze termijn kun je alsnog definitief worden toegelaten.

 


 

Hoofdstuk 2 De cursus

 

Lessen en docenten

Volgens een rooster wordt er per cursus 35 weken les gegeven op vrijdagmorgen van 10.00 tot 13.00 uur. Aanwezigheid tijdens de lessen is verplicht, er kan hooguit 10% van de lessen gemist worden.

De lessen worden gegeven door docenten Rob Vermeulen en Fokko Oldenhuis (cursusleider) en Bauwien van der Meer, docente Vocale Vorming.

De lesstof wordt verdeeld over de volgende vakken:

  1. Dirigeren
  2. Programmeren
  3. Repeteren
  4. Communiceren
  5. Vocale Vorming

Er worden zowel groepslessen als individuele lessen gegeven volgens een vastgesteld rooster.

 

Studiedruk

Het aantal contacturen bedraagt ongeveer 120, globaal verdeeld als volgt:

  1. Dirigeren 45
  2. Programmeren 20
  3. Repeteren 40
  4. Examens 15

Daarnaast wordt je als cursist geacht ongeveer nog 120 uren te besteden aan:

  1. Voorbereiden Dirigeren 30
  2. Voorbereiden partituren 20
  3. Lezen literatuur 10
  4. Zingen 10
  5. Stage 20
  6. Werkstukken maken 15
  7. Bijhouden portfolio 15

De totale studiedruk komt hiermee op ongeveer 240 uren.

 

Literatuur

De verplichte literatuur tijdens de Applicatieopleiding is:

  1. European Sacred Music, ed. J. Rutter, Oxford University Press (ESM)
  2. Madrigals and Partsongs, ed. J. Rutter, Offord University Press (M&P)
  3. Doen en Laten – Repetitietechniek, H. Noyens en F. Oldenhuis, Intrada

 

Lesstof en Eindtermen
Het beoogde eindniveau van de Applicatieopleiding is vastgelegd in de eindtermen van de opleiding waarin de te ontwikkelen vaardigheden, kennis en attituden geformuleerd zijn. De eindtermen zijn concreet gemaakt in de indicatoren, zodat ze meetbaar en toetsbaar zijn.
Omdat Communiceren onlosmakelijk verbonden is met het Dirigeren, Repeteren en Programmeren zijn de eindtermen Communiceren bij deze vakken ondergebracht en gemarkeerd met een *.
Eindtermen Dirigeren
– heeft een heldere dirigeertechniek

– laat een muzikale interpretatie en emotie zien tijdens het dirigeren in gebaar, mimiek en fysieke uitstraling

– communiceert tijdens het dirigeren door zijn gebaar op affectieve wijze*

Indicatoren:

– neemt een goede fysieke houding aan tijdens het dirigeren

– beschikt over een soepele en vloeiende basisbeweging tijdens het dirigeren

– dirigeert verschillende dirigeerschema’s

– kan een onderverdeeld dirigeerschema dirigeren

– kan veranderingen van maatsoorten dirigeren

– maakt onderscheid in een activerende en een doorgaande dirigeerbeweging

– geeft inzetten op en binnen de tel aan in elk dirigeerschema

– dirigeert afsluitingen, fermate’s, ademhalingsplaatsen, rusten, lange noten en cesuren

– dirigeert tempoveranderingen, dynamische veranderingen en veranderingen van karakter en klankkleur

– gebruikt tijdens het dirigeren een onafhankelijke linkerhand waarmee inzetten, accenten en dynamiek aangeven worden

– gebruikt een ondersteunende en gevarieerde mimiek tijdens het dirigeren*

– straalt muzikaliteit en gedrevenheid uit tijdens het dirigeren*

– inspireert zangers en musici door zijn algemene uitstraling tijdens het dirigeren*

– maakt (oog)contact met de koorleden zodat deze zich betrokken voelen*

– hanteert de lichaamstaal, mimiek en gestiek effectief*

 

Eindtermen Repeteren

– beschikt over een efficiënte en effectieve repetitietechniek

– plant en structureert een repetitie – korte termijn

– plant en structureert een repetitieproces – middellange en lange termijn

– is in staat tijdens het repeteren een klankvoorstelling te realiseren

– creëert een veilig en inspirerend werkklimaat*

Indicatoren:

– bereidt de partituur en de repetitie voor:

– weet hoe de partituur klinkt (klankvoorstelling)

– kan de partituur dirigeren

– kan iets vertellen over de achtergrond en context van de partituur (analyse)

– kan de tekst goed uitspreken en weet de betekenis van de tekst

– schat de beginsituatie van de repetitie goed in

– formuleert doelstellingen voor de repetitie

– bedenkt strategieën om zijn doelstelling tijdens de repetitie te realiseren (werkvormen)

– maakt een planning van de repetitie

– werkt tijdens de repetitie vanuit zijn voorbereiding

– realiseert doelstellingen

– houdt zich aan de planning

– varieert met verschillende werkvormen

– heeft een goed werktempo en varieert hierin

– geeft vocaal-technische aanwijzingen ter verbetering van de klank

– weet een muzikale sfeer en klankvoorstelling over te brengen

– werkt aan een veilig en inspirerend werkklimaat*

– stimuleert het nemen van initiatief en verantwoordelijkheid binnen het koor*

– houdt in zijn taalgebruik, omgangsvormen en manier van communiceren rekening met het niveau en de leefwereld van de koorleden*

– luistert naar de koorleden en reageert op wat er sociaal gebeurt in het koor*

– laat iedereen in zijn waarde en zorgt ervoor dat de koorleden respect opbrengen voor hem en voor elkaar*

– gebruikt vaktermen die bekend zijn bij de koorleden, of zo nodig worden uitgelegd, waardoor de aanwijzingen betekenis hebben*

– spreekt op een prettige manier, met voldoende rust, helderheid en nadruk*

– zendt verbale en non verbale boodschappen uit die in overeenstemming zijn met elkaar*

– geeft opbouwende instructies en feedback*

– evalueert na de repetitie zijn voorbereiding en repetitie*

 

Eindtermen Programmeren

– stelt programma’s samen voor de korte en lange(re) termijn afgestemd op de kwaliteiten van het ensemble en aansluitend bij het doel van een repetitieproces

– beschikt over een brede repertoirekennis

– staat open voor en is nieuwsgierig naar nieuw repertoire

Indicatoren:

– stelt programma’s samen van verschillende lengtes voor verschillende koorformaties

– kent de titels en globaal de inhoud van de meest gebruikelijke koorbundels, zoals Ars Musica, Chor Aktuell, Das Schulchor, Oxford Book of English Madrigals, Oxford Book of French Chansons, Oxford Book of Tudor Anthems, Madrigals & Partsong, European Sacred Music, Europa Cantat bundels

– kent uitgangspunten van een goede programmering voor korte en lange termijn

– zoekt op verschillende manieren naar nieuw repertoire: websites, catalogi, bibliotheken, opera omnia edities, enz.

 

Eindtermen Vocale vaardigheid en kennis

– beschikt over een goede zangtechniek

– is in staat om zich muzikaal en expressief te uiten in het zingen

– heeft relevante en toepasbare kennis over stemvorming en klank- en koorvorming

Indicatoren:

– neemt een goede houding aan tijdens het zingen

– heeft een goede ademtechniek

– zingt zuiver

– zingt goed legato

– is muzikaal expressief tijdens het zingen

– stelt relevante inzingprogramma’s samen ter voorbereiding op een koorrepetitie

– geeft in een koorpartituur vocale moeilijkheden aan

– kent  strategieën om vocale problemen in een koorpartij op te lossen

– kent methoden om gericht aan klank- en koorvorming te werken

– heeft kennis over houding, ademhaling, het gebruik van resonans, klinkervorming, articulatie en registers

 

 

Hoofdstuk 3 De afsluiting

Gedurende de Applicatieopleiding zijn er enkele belangrijke toetsen:

 

  1. de eindtoets Dirigeren in april

Je dirigeert enkele van te voren opgegeven technische dirigeeroefeningen waarin de Eindtermen Dirigeren getoetst worden. Na afloop wordt dit gehonoreerd met een cijfer. Dit cijfer moet een voldoende zijn om aan de eindtoets Repeteren en het Eindexamenconcert te mogen deelnemen.

 

  1. het eindgesprek over de Portfolio in mei

Voor de vakken Programmeren en Communiceren voer je een gesprek aan de hand van je samengestelde Portfolio. Je krijgt vervolgens twee cijfers: één voor de samenstelling van de Portfolio en het gesprek hierover (Communiceren), en één apart cijfer voor de samengestelde programma’s (Programmeren).

De Portfolio dient 2 weken voor het gesprek te worden ingeleverd en bestaat uit:

 

          Onderdeel Programmeren

  • 1 a capella programma met een tijdsduur van ongeveer een uur
  • 1 avondvullend programma met pauze, met instrumentale begeleiding

 

          Persoonlijke feedback

  • minimaal twee schriftelijke feed-backs op je communicatieve vaardigheden door een ander, bijvoorbeeld een koorlid / collega / deskundige.
  • een eigen reflectie op je ontwikkeling van je (communicatieve en dirigeer-technische) vaardigheden als dirigent tijdens de cursus (Persoonlijk Ontwikkelingsplan)

 

          Stageverslag

  • beschrijving van de repetities met aandacht voor dirigent, koor, repertoire, repetitie, werksfeer.
  • beschrijving/plan van je eigen werkwijze
  • evaluatie en reflectie op je stage
  • het ingevulde evaluatieformulier door de dirigent, je stagebegeleider

 

 

          Video-opname

  • van een eigen repetitie van maximaal een half uur met een van je koren
  • een eigen korte, schriftelijke reflectie daarop

 

  1. de eindtoets Vocale vaardigheid en kennis

Je geeft een sessie stem- en koorvorming aan een groep zangers, een inzingprogramma van ongeveer 10 minuten, waarin je laat zien vocaal goed aan de slag te kunnen met een koor. Je krijgt hiervoor een cijfer.

 

  1. de eindtoets Repeteren in juni

Je repeteert 15 minuten met een koor aan een meerstemmige a capella koorzetting. De eindtoets Repeteren vormt meestal een onderdeel van het laatste Practicum waarin je een programma voorbereidt voor je Eindexamenconcert. Je krijgt voor dit onderdeel ook een cijfer.

 

  1. het Eindexamenconcert in juni

Het eindexamenconcert is het belangrijkste toetsingsmoment van de Applicatieopleiding en tevens de afsluiting. Je laat daarin zien verschillende aspecten van het dirigeren te kunnen integreren.

Je geeft een optreden van 10 tot 15 minuten met het practicumkoor. Het programma bestaat uit een a capella gedeelte en gedeelte waarbij het koor instrumentaal begeleid wordt, bijvoorbeeld door een piano of een instrumentaal ensemble.

Het Eindexamenconcert is openbaar toegankelijk. Na afloop krijg je hiervoor een cijfer en worden diploma’s en certificaten uitgereikt.

De cijfers voor de verschillende onderdelen worden vermeld op een certificaat behorende bij het uitgereikte Diploma.